Het paeremes

De Zeeuwen die dit lezen herkennen het direct. Vertaald: het paardenmes.
In 1995 waren we op vakantie in Zeeland. Op een dag vonden we, min of meer toevallig, de Hollandse Hoeve. Daar bevindt zich ook een ambachtscentrum https://www.ambachtscentrumgoes.nl/
In een grote schuur zijn tegen alle muren (atelier)ruimtes gemaakt. De ‘gevels’ van deze ruimtes zijn Oudhollands. Dat geeft al sfeer. Je komt binnen op het pleintje. Hier kun je even zitten met een kop koffie of de lunch.

Toen ik even op de website keek, zag ik dat er wisselingen geweest zijn. De handweverij is er nog steeds, net zoals de kaarsenmakerij.
Geen overheersende grote elektrische machines etc. maar het echte handwerk.
In vrijwel elk atelier of winkeltje was wel iets leuks te zien. Sommige dingen trekken je niet zo, maar dat is logisch. Ik was snel uitgekeken bij het bierbrouwen…
Er was ook een atelier met houtsnijwerk. We keken onze ogen uit! Wat daar het meest opviel, was het paeremes.

Prachtig houtsnijwerk. Mijn man wilde er eigenlijk wel één kopen. Ik weet niet meer wat het kostte, maar het was in elk geval een paar honderd gulden. Logisch, want er zaten heel veel werkuren in.
Toen bleek dat je ze alleen maar kon bestellen. Dat was niet echt een optie voor ons. Mijn man was vrij ernstig ziek en we woonden niet echt vlakbij.
De dame die aan het houtsnijden was, nam contact op met een collega. Gelukkig streken ze met de hand over het hart. We mochten er één kopen. Tot nu toe is hij niet gebruikt. Raar eigenlijk, want hij is echt gemaakt als gebruiksvoorwerp.

We kregen een kopie van het verhaal achter het mes mee. Dat neem ik hier over.

“Wanneer in Zeeland, zo omstreeks 1850 en later, een boerenzoon 15 jaar werd (kroonjaar) en dan ook met drie paarden kon ‘mennen’, mocht hij zelf een werkmes dragen. Vóór die leeftijd was het een ‘Bietebau’ (benaming voor een zeer scherp voorwerp waarmee men kinderen bang wilde maken) en dus verboden.
Het werk- of scheemes behoorde tot de vaste uitrusting van de boer. Het werd in een smalle zak in de zijnaad van de broek gedragen. In deze zak paste een lederen schede.
De lengte van het lemmet was ongeveer 18 cm, inclusief het heft circa 32 cm.

Voor de meest uiteenlopende doelen was het goed, onder andere wanneer het nodig was bij brand om met één klap de touwen van de beesten door te slaan, als snoeimes, als ‘peemes’ (koppen afslaan van bieten) enzovoort.
Buxpalm- of perenhouten mesheften waren dikwijls, en dat niet alleen in Zeeland, al naar de welstand van de eigenaar meer of minder fraai met reliëfwerk besneden.
In sommige streken van Zeeland was het gebruikelijk om op zondag een mes te dragen met een zeer mooi besneden heft van lichtgeel buxpalmhout en er mee te pronken. Het heft was namelijk altijd boven de zak, op de zijnaad, zichtbaar.

Mogelijk had dit besnijden ook een praktische kant, omdat een ingekerfd mesheft een steviger greep heeft dan een glad.
Het bewerken van mesheften is in Zeeland uitgegroeid tot een stukje volkskunst. De Zeeuwse heften worden en werden gesneden volgens een bestaande traditie. Deze traditie houdt, in grote lijnen, het volgende in: Op de top van het heft is een span paarden gesneden. Dit is waarschijnlijk in het begin van de 19e eeuw ontstaan. Door dit span paarden heet zo’n mes in de volksmond een ‘Paeremes’. Daaronder is dan een kooitje waarin een loszittend ‘balletje’. Dit balletje (gelijkend op een gedroogde erwt) is in het kooitje ontstaan door tussen de spijltjes het hout zodanig weg te steken dat uiteindelijk van het binnenste hout het loskomende, min of meer ronde, stukje overblijft. Naast en onder dit kooitje, in reliëf uitgestoken, bevinden zich afbeeldingen die betrekking hebben op landbouw, jacht of ambacht. Dit alles wordt omgeven en begrensd door diverse versieringen in guts- en kerfsneewerk en soms met symbolische motieven. Bekend is dat het balletje het ‘zieltje’ van het heft wordt genoemd. Daarbij wordt gezegd dat het zieltje hoorbaar moet rammelen bij beweging. Dan heeft het heft ‘leven’ en wordt als goed gewaardeerd. Als verklaring voor deze overlevering kan het volgende mogelijk enige grond hebben: In vroegere tijden moet het voorgekomen zijn dat heften van allerlei houtsoorten werden gesneden. Daarbij natuurlijk ook minder geschikte en te zachte soorten. Splijten en breken van het heft tijdens het werk, met daarbij mogelijk verwondingen, was dan het gevolg. Om als snijder nu te bewijzen, zonder het heft te beschadigen natuurlijk, dat het gebruikte hout hard en fijn van structuur was, sneed hij het balletje in het kooitje en liet dit rammelen. Bij zacht en minderwaardig hout zou het balletje nooit een helder klinkend geluid geven. Tevens bewees hij daarmee zijn vaardigheid in het snijden.
Onder deze versieringen en het kooitje wordt nu het gehele vlak, rondom het heft, benut voor voorstellingen die in veel gevallen betrekking hebben op de eigenaar van het mes, in het bijzonder op diens beroep. Vanzelfsprekend kwamen daarop dan voor een ploegende boer, een paard met ‘drielieng’ (klein wagentje) of een paard met een sjeesje.
Onder deze voorstellingen, die dus rondom het gehele heft ingesneden zijn, wordt soms een naam, een jaartal of alleen maar initialen aangetroffen. Men kan er dus van uit gaan dat zo’n heft in opdracht gemaakt was en dat de toekomstige eigenaar zijn naam of alleen de voorletters erin gesneden wilde hebben.”

Eind 2017 is er een paeremes geveild bij Catawiki. Die leverde 160 euro op.
Anno 2020 is het mogelijk om er één te bestellen uit een 3D-printer. Die kost dan 65 euro,

Foto’s en tekst © CelticSarayu,
met uitzondering van de foto van de brochure en de beschrijving van het paeremes

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *